Je kunt je boots op eindeloos veel manieren inrijgen. Hier zijn drie klassiekers: gekruist, recht of de vlinderdasmethode. Maak je vingers even los en vind jouw stijl.
Maak je vingers los en vind jouw stijl.
METHODE 1
DE KLASSIEKE KRUISVETER
EEN: Begin met twee even lange veteruiteinden. Steek elke uiteinde door de onderste twee veterogen van buiten naar binnen, zodat er aan de buitenkant een horizontaal veter-‘balkje’ ontstaat.
TWEE: Kruis beide veteruiteinden over de wreef omhoog naar het volgende paar veterogen. Trek de veters aan beide kanten van binnen naar buiten door de ogen, en kruis ze vervolgens weer over de bovenkant van de boot terwijl je verder omhoog werkt.
DRIE: Rijg je boots zo verder tot bovenaan, en strik ze vervolgens vast.
Of je probeert de klassieke Doc’s wraparound. Laat de bovenste twee veterogen vrij, zodat je wat extra veter overhoudt. Wikkel de twee uiteinden kruislings over elkaar en achterlangs rondom de boot door het hielbandje weer naar voren. Strik de veter stevig vast, zodat hij goed blijft zitten.
METHODE 2
DE RECHTE BALKVETER
EEN: Begin met twee veteruiteinde die door de onderste twee veterogen zijn geregen. Zorg dat ze ongeveer even lang zijn.
TWEE: Nu wordt het asymmetrisch. Neem de veter aan één kant en sla het veteroog direct erboven over; rijg in plaats daarvan door het oog daarboven aan dezelfde kant. Aan de andere kant loopt je veter aan de binnenkant recht omhoog en komt hij door het veteroog direct erboven naar buiten, en gaat dan horizontaal als een ‘balk’ naar het veteroog aan de andere kant.
DRIE: Bij schoenen kom je zo tot boven.
Maar bij boots met meer veterogen herhaal je dit proces om en om aan beide kanten tot je bij de laatste twee veterogen bent. Maak tot slot vast met een stevige strik.
METHODE 3
DE STRIKDASVETER
EEN: Begin met twee even lange veteruiteinden die je van buiten naar binnen door de onderste twee veterogen steekt. Heeft je schoen een even aantal veterogen, sla dan de eerste ‘strikjes’ over door aan beide kanten van de schoen aan de binnenkant een veter recht omhoog te laten lopen. Bij een oneven aantal veterogen begin je meteen met de ‘vlinderdas’.
TWEE: Om de vlinderstrikjes te maken, wissel je af: kruis de veter telkens als je naar de volgende hogere veterogen gaat, en laat daarna aan de binnenkant een rechte veter verticaal omhoog lopen naar het volgende paar veterogen. Tussen elke ‘vlinderdas’ zit steeds één veteroog ruimte.
DRIE: Je weet dat je het goed hebt gedaan als je bij de bovenste twee veterogen bent: de veters moeten van binnen naar buiten lopen. Maak af met een stevige strik.